Diagnose
Het vaststellen van een patellaluxatie bestaat uit het palperen van de losse knieschijf. Hierbij wordt de knie in ontspannen stand gebracht en voelen we of de knieschijf 'over de kam' kunnen duwen. Dit naar de binnenkant en de buitenkant. Bijkomende onderzoeken kunnen aangewezen zijn om de oorzaak te achterhalen waarom de knieschijf los zit of op de verkeerde plaats vast zit, om zo een gepast advies te geven. Dit kan bestaan uit:
- het onder sedatie navoelen van de knie voor bijkomende schade aan ligamenten en kruisbanden
- röntgenfoto's van de heupen, boven- en scheenbeen om de vorm van de botten van de achterpoot in beeld te hebben
- uitzonderlijk kan een CT-scan nodig zijn

Röntenfoto van een Pomeriaan van 8 maanden, met aan de ene kant (rode pijl) een patella die zich naast de groeve bevindt en aan de andere kant een patella die zich op de anatomisch correcte plaats bevindt.
Er bestaat een graderingssysteem voor losse knieschijven, afhankelijk van de ergheid. Een lagere graad is een mildere vorm.
GRAAD 1: de knieschijf kan uit de groeve worden gebracht, maar 'schiet' spontaan terug op zijn plaats wanneer we de druk loslaten.
GRAAD 2: De knieschijf 'schiet' soms uit de groeve bij het lopen en kan op zijn normale positie worden teruggebracht.
GRAAD 3: De knieschijf bevindt meestal uit de groeve maar kan bij manipulatie terug worden geduwd op zijn normale positie. Bij het loslaten van de druk 'schiet' de knieschijf vaak terug uit de groeve.
GRAAD 4: De knieschijf bevindt zich permanent naast de groeve en kan niet meer terug worden geduwd op zijn normale positie. De knieschijf zit permanent 'vast' naast de groeve.
Behandeling
Er is geen standaard behandeling voor elke patellaluxatie. Dit hangt af van de graad, de vorm van de botten, de leeftijd/grootte van de patiënt en de onderliggende oorzaak. Bijvoorbeeld een hond met een graad 1 die geen symptomen heeft, daar kunnen we met spierversterkende oefeningen aan de slag. Bij patiënten met klinische symptomen met een graad 1 tot een graad 3 adviseren we een 'klassieke' knieschijf operatie. We spreken van een 'klassieke' chirurgische behandeling waarbij we:
- de groeve aanpassen (breder - dieper- richting)
- de oplijning aanpassen door het bovenste deel van het scheenbeen door te zagen en te verplaatsen
- de vorm van de knieschijf zelf aanpassen
- het gewrichtskapsel aanspannen
Bovenstaand 'klassieke operatie' voeren we het meeste uit. Regelmatig combineren we deze techniek ook met een kruisband operatie (FLO of TPLO) wanneer de voorste kruisband gescheurd is.
Bij een graad 4 is er vaak een probleem met het bovenbeen (X of O-benen) waardoor de klassieke operatie vaak niet voldoende kan/zal helpen. Dan moeten we naar standcorrecties grijpen waarbij we het bovenbeen doorzagen en terug in een rechte lijn brengen en fixeren met een botplaat. Soms is de groeve dermate 'weggesleten' waardoor een kunstgroeve aangewezen zal zijn. Deze laatste twee voorbeelden zijn eerder de uitzondering dan de regel.
Welke de beste weg zal zijn voor uw huisdier zal met u besproken worden tijdens de consultatie.